Isabelle's Reisblog

Warmst

13 augustus, 2019 | Reisverslag

Na Fortaleza volgde Jericoacoara, een ‘verplichte’ stop: witte stranden met enorme zandduinen. Het plaatsje was zó vol, dat we buiten het dorp moesten parkeren en te voet verder gingen. In het dorp wemelde het van de strand-buggy’s die toeristen rondrijden, prullaria verkopers die van alles aanbieden en strand terrasjes met luide muziek. We dronken er een glaasje mineraalwater en zijn daarna met 'The Beast' over het strand gaan rijden, op zoek naar een rustige plek. We kwamen er een visser tegen die ons een vis verkocht, die we ter plaatse fileerden en in Ceviche veranderden. (Ceviche is rauwe vis, ‘gegaard’ in limoensap, met wat ui, tomaat, koriander en een heet pepertje. Handig, een frigo aan boord.)

undefined

undefined

In het Nationaal Park Lençois (spreek uit: lensois) is het duingebied nóg uitgestrekter. Tussen deze duinen verzamelt zich kristalhelder water tijdens het regenseizoen. Vanaf juni kan erin gezwommen worden. Opnieuw een ‘verplichte’ stop. We hebben echter een soortgelijke plaats gevonden die (nog) onontdekt is. Nadat 'The Beast' zich welwillend over 15 kilometer strand en door de duinen had geploegd stonden we naast zo’n zwempoel. In de middag waren er een paar andere bezoekers en wat kite-surfers (sporters, die staand op een surfplank, zich door een vlieger laten voorttrekken). Maar na de wonderschone zonsondergang waren we helemaal alleen in deze enorme zandbak met zwemwater.

undefined

undefined

Na een tussenstop in São Luis begeven we ons op weg naar Belém. De afstanden zijn enorm, de wegen zijn soms zeer slecht, het verkeer chaotisch: brommertjes, wandelaars, enorme camions, en … vee. Men vat de koe, die zonet is dood gereden door een vrachtwagen, bij de horens. Ze wordt ter plekke in stukken gesneden en iedereen die wil mag een stuk. We hebben ervoor bedankt :-)

undefined

Onderweg sliepen we in het beste hotel (‘Comfort’ geheten) van een dorpje dat op het eerste zicht wel OK leek maar bij nader inzien een goede weergave was van het bedrag dat we betaalden (15€). Ik stel telkens vast dat mijn normen voor minimale hygiëne veel hoger liggen dan bij de meeste Zuid-Amerikanen en het blijft me moeite kosten om aan hun hygiënische normen aan te passen.

In Belém heeft Adriaan, samen met enkele Toyota werknemers, het noodzakelijk onderhoud uitgevoerd. Ook de nieuwe remblokken zijn hier gemonteerd. De enthousiaste parkeerwachter van ons hotel die absoluut wou dat we in zijn garage stalden, moest erkennen dat ‘The Beast’ te hoog was. Het kwam ons wel op een kapot geschuurd dekzeil van de daktent te staan. Gelukkig was in de stad PVC folie en speciale contactlijm te vinden.

Ik kreeg mijn kappersbeurt. Doordat de dames me niet helemaal goed verstonden werden mijn handen en voeten ondertussen ook onderhanden genomen. Deze reizigster loopt hier nu met gelakte nagels rond...

Belém is de belangrijkste havenstad in het noorden van het land, groot geworden door de rubberplantages. Vanuit deze stad vertrekken ook heel wat boten richting Santarém en Manaus (steden, landinwaarts langs de Amazone).

undefined

 We bezochten Ver-o-Peso (vertaling: zie wat gewogen wordt). Hier werden vroeger de goederen afgewogen (om belastingen te innen) maar nu is het de vismarkt. We voeren een stukje één van de zijrivieren van de Amazone op. Een toeristische toer maar wel OK door het fijne gezelschap en de heerlijke vismaaltijd. Ze hebben hier zoveel lekkere soorten vis.

undefined

undefined

undefined

undefined

undefined

Het belangrijkste doel van ons bezoek in Belém was de aanvraag voor een verlenging van ons Braziliaans verblijf bij de federale politie. Bij het eerste bezoek (6 dagen vóór ons visum verliep) wordt ons uitgelegd dat we éérst te lang moeten blijven. Dan pas kan een boete (van € 24 per persoon per dag) worden opgelegd, en daarna krijgen we een document waarop vermeld staat dat we binnen 60 dagen Brazilië verlaten moeten hebben. Zo niet, dan volgt deportatie. Het document moet door ons, door de Federale Politie (en eigenlijk ook getuigen) worden ondertekend. We moesten dus een week wachten voor we terug konden voor deze procedure.

We verhuisden naar een meer Braziliaans hotel. Een zwembad, bar/restaurant, een terras, veel volk en veel geluid… maar we deden er ons ding en hebben voor onze kamer deur op de achterklep van de auto heerlijk gekookt en alles klaar gemaakt voor onze Trans-Amazone tocht.

Tot het midden van de 20-ste eeuw was een tocht door het Amazone gebied slechts per boot mogelijk. In de jaren 60 kwam er een route dwars door het regenwoud richting Peru tot stand maar het grootste deel hiervan is in een minder goede staat. Ik las over het Amazonewoud, zijn toegangswegen en de gevaren. Ik stond niet te juichen om eraan te beginnen maar het was één van Adriaan’s dromen (die de moeilijkheden soms lijkt op te zoeken). Dus niet gezeurd...

Onze Amazone oversteek vanuit Belém start met vertragingen: eerst de politie, dan een omweg: Omdat enkele maanden terug door hevige regenval de brug over de Guamá rivier is beschadigd, moeten we nu allemaal met een ferry oversteken, die echter 40 kilometer verderop vertrekt.

Tot onze eerste slaapplaats is de weg geasfalteerd, met druk verkeer (allemaal ongeveer dezelfde vrachtwagens, groot laadvermogen met zeil – geen idee wat eronder schuilt). Hier heeft het regenwoud al plaats moeten maken voor plantages met palmbomen. We besluiten hotels te nemen zo lang het nog kan: zolang we in dorpen terechtkomen. Het is erg warm en vochtig.

undefined

De tweede dag (31 juli) was 450 km waarvan het grootste deel op een asfaltweg. ‘s Avonds in Altamira in een super prijs/kwaliteit hotel. Voorlopig valt het mee… We maakten aan het begin van dag drie nog een ommetje langs de gevangenis van Altamira, omdat we hiervan de laatste week beelden op de televisie zagen. De gevangenissen zitten hier zo vol dat sommige gevangenen staand moeten slapen. De gevangenen sluiten zich aan bij één van de 2 rivaliserende bendes die elkaar naar het leven staan (41 doden, twee dagen geleden) of nog erger: elkaar onthoofden (16 stuks) en het hoofd gebruiken als ‘speel’bal. De gewapende cipiers die wij buiten op de muren zagen, durfden niet naar binnen, maar filmden het hele drama. De filmpjes staan, naar verluidt, inmiddels ergens op het internet.

undefined

 Het grootste deel van dag drie is aardeweg die we afleggen aan een snelheid van ongeveer 40 kilometer per uur. (Een aardeweg is eigenlijk enkel een uitgegraven, een vast-aangereden bospad. De grond varieert van poeder, zo fijn als tarwebloem, tot keihard opgedroogde klei en van alles er tussenin, soms ‘verfraaid’ met kuilen en gaten of geulen waarin water is weggelopen. Tijdens de regens schijnt alles hier modderige, rode, schuivende massa te worden, waarvan soms delen wegspoelen. Gelukkig is het nu het droge seizoen – wijzelf (en 'The Beast') worden rood van het stof.) We zien wat stukjes woud, vooral rondom de plaatsen waar cacao groeit: we zien in de dorpjes cacao handelaren en zwaar beladen vrachtwagens met zakken cacao (onderweg naar Zwitserland en België?).

undefined

undefined

De vierde dag nemen we een afslag naar het noorden: Vijftig kilometer voor Santarém bezochten we een nationaal park met een (verplichte) gids die ons tijdens een korte wandeling uitgebreid uitleg gaf over de fauna en flora in het regenwoud. We hingen aan lianen, proefden de bast van een boom, snuffelden aan vruchten, knuffelden een 600 jaar oude woudreus, zagen onaangetast hardhout dat 60 jaar geleden al omgevallen was, bleven op gepaste afstand van een giftige spin, bedekten onze handen met kleine mieren (het mierenzuur houdt muggen op afstand), we leerden over medicinale werking van blad, schors en houtvezels. Het maakt diepe indruk op ons – zoveel diversiteit in zo’n korte wandeling. We kunnen ons voorstellen dat natuurvolken in deze wouden alles vinden wat ze nodig hebben.

undefined

Eénmaal in Santarém bezocht Adriaan een dokter, kreeg (conventionele, géén oerwoud) medicijnen tegen zijn keel/bronchiën/long ontsteking en was de volgende dag al weer wat beter. Hij denkt, dat de soms schimmelig ruikende airconditioners in hotelkamers hem parten spelen. Adriaan hoopt dat het niet onze ‘eigen’ airco is – we kunnen de airco van 'The Beast' niet reinigen. Het is hier op bewolkte dagen 33°, en op zonnige dagen 37°C.

Bij Santarém vloeien de heldere blauw-groene rivier Tapajós en de modderbruine Amazone samen. Ze leggen kilometers naast elkaar af zonder in elkaar te vervloeien wat een uniek zicht geeft. Ook hier genieten we van de bedrijvigheid op de vismarkt met als attractie de roze dolfijnen die afkomen op het visafval dat in de rivier terecht komt.

undefined

We lezen over touroperator Gil Serique, die individuele tours aanbiedt ten zuiden van Santarém en we zoeken hem op. We verblijven 3 dagen bij hem omdat hij zo een prettig, excentriek figuur is. Er is altijd wel iemand die langskomt en zo kwamen we in contact met een Nederlandse criminoloog die zich al 10 jaar bezighoudt met ontbossing (Tim), een jonge dertiger die hier wil investeren (Joe), en met een jong Zwitsers overlanders koppel (Marvin en Ladina). Tim vertelde ons over zijn stichting en zijn poging om de illegale ontbossing zichtbaar (voor Braziliaanse justitie) te maken.

“De Amazone is geen rivier” leert Tim ons, “maar een vloedbos, waar het water zich verzamelt gedurende het regenseizoen en dan stilaan leegloopt in de oceaan”. Tim was hier voor de opnames van een televisie programma; hij was ook al eens op de Nederlandse radio te horen.

We zwommen in de rivier Tapajós tussen de kruinen van de bomen, ik aarzelend en Adriaan enthousiast. Nog enkele maanden en dan zijn hier weer de prachtigste stranden van Brazilië te zien. (Het wordt hier de Caraïben van Brazilië genoemd.) Nu zien we alleen de daken van de hutjes en de kruinen van de bomen omdat ‘alles’ onder water staat omdat het natte seizoen nog maar juist voorbij is.

undefined

We wilden heel graag nóg meer Amazone natuurschoon zien, maar nu vanaf het water. De tour van Gil is duur: met US$ 900 ruim buiten ons budget. We vonden in het dorp een schipper en iemand die als tolk wilden dienen. Narcis (de tolk) is eigenlijk muzikant; hij luisterde onze trip op met zijn saxofoon spel.

undefined

undefined

Op 8 augustus besloten we nu eindelijk richting Peru dóór te rijden. Dag vijf van onze oversteek begint met 200 kilometer terugrijden (over asfalt met veel gaten en kuilen) naar de aardeweg (die BR-230 heet), en vandaar verder westelijk. We logeren in Itaituba (nadat we met een ferry de Tapajós rivier zijn overgezet), opnieuw in een redelijk hotel. Eigenlijk loopt alles op rolletjes...

Tijdens dag zes zien we eindelijk het Amazone woud. Als we stoppen en uitstappen hóren we het vooral – een enorm kabaal van allerlei dieren. We doorkruisen het “Parque Nacional da Amazônia” en het “Floresta Nacional do Amana”. De aardeweg is redelijk berijdbaar – we komen gemiddeld 36 kilometer per uur verder. We hebben het naar onze zin op de ‘Trans-Amazônica’.

undefined

Aan het einde van dag zeven vinden we geen hotel. We slaan onze tent op naast het vliegveld (dat vooral ‘drijft’ op de goudmijn, zo’n 20 minuten vliegen met een klein éénmotorig vliegtuigje). We ontmoeten piloot Marcello, die dynamiet en brandstof heen- en goud (per kilo) terugvliegt. Naast het vliegveld wonen een paar mensen en die bieden ons spontaan het gebruik van hun badkamer aan. Dát zou in Europa niet zomaar gebeuren, denken we.

Inmiddels zitten we in een andere werkelijkheid. Dag zeven, acht en negen worden gedomineerd door ontgonnen terrein. We zien hier en daar nog strookjes woud, die op hellingen staan waar de machines niet bij konden. Onze verbazing is groot, ik word er helemaal stil van. We zien buiten de parken géén regenwoud meer langs de Trans-Amazônica. Mijn angst voor deze oversteek ebt wel weg; hier geen gevaarlijke dieren meer, geen ondoordringbaar woud. We zien vooral terrein dat omgetoverd is tot weiland met grazende koeien en ertussen de stammen van verbrande woudreuzen. En we zien aangestoken branden, om de ‘ongewenste’ vegetatie weg te vagen. De eerste minuten is er vooral verbazing, maar na uren en daarna dagen wordt dat bezorgdheid omdat we zo véél in brand gestoken groen zien.

undefined

Het is CO2 uitstoot, om plaats te maken voor (CO2 en methaan uitstotend) vee. We denken met weemoed terug aan de 600 jaar oude woudreus, die gelukkig op beschermd terrein staat. Hoeveel ton koolstof heeft die ene boom vastgelegd, koolstof dat door een veehouder met een blik benzine ineens de lucht in wordt gejaagd?

undefined

De afstanden hier zijn groot, maar de schaal waarop men hier ‘werkt’ is onvoorstelbaar. Men zei hier (vroeger): “God is groot maar het regenwoud is groter”. Wij hebben daar (nu) een ander idee over. We luisteren onderweg naar podcasts, die met de regelmaat van de klok ‘het klimaat’ als onderwerp hebben. Door hetgeen we de laatste weken meemaakten besloten we dat ook wij, grote carnivoren, het met een stuk minder vlees willen doen.

Klik hier om meer plaatjes te bekijken en hier voor de gevolgde route.