Isabelle's Reisblog

Koudst

08 september, 2019 | Reisverslag

Na een vlotte grenscontrole kwamen we in Peru terecht. Aan de Peruviaanse controlepost werd mijn naam geroepen. Het was mijn geluksdag: ik had mijn bankkaart aan de Braziliaanse grenspost laten vallen en kon ze recupereren door even terug Brazilië in te rijden.

We ondergaan binnen enkele kilometers al een cultuurschok. Alles is hier zo anders. In Brazilië zagen we gemengde mensenrassen, hier vooral inheemsen die té verlegen zijn om te groeten. Ze lijken in ieder geval minder hartelijk. In Brazilië zei iedereen: “Welkom in ons land!”, maar hier worden we nauwelijks aangekeken. De huizen zijn veel armetieriger. Een supermarkt vinden we niet, kleurrijke markten zijn overal. We vinden het fijn om ze te bezoeken en er te eten bij de Mama’s die maaltijden verkopen. Drie-wiel moto’s met achteraan een bak waar mensen of goederen in worden getransporteerd en overvolle minibusjes bepalen het straatbeeld.

undefined

undefined

De natuur veranderde van tropisch Amazonewoud naar koeler Andeshooggebergte. De tweede dag beseften we (op 3160 meter hoogte) dat we het ook nog koud konden hebben, na 5 maanden alleen maar Braziliaanse warmte. Deze ervaren reizigers besloten na de laag gelegen Amazone dadelijk op +3000 meter te gaan slapen (en er een meegebrachte Caipirinha cocktail te drinken). En ja: ‘s nachts en de volgende dag ben ik hoogteziek: misselijk en hevige hoofdpijn.

De hoge slaapplaats is naast het plaatsje Marcapata, waar we de volgende dag in een feest terecht komen. Elk jaar wordt in drie dagen het dak van de kerk vernieuwd met nieuw gedroogd gras. We kijken onze ogen uit naar de feestende mensen en volgen zwijgzaam al de rites. Het is een kleurrijk festijn. We zijn de enigen met een Europees uiterlijk (en weinig kleurrijke kleding).

undefined

undefined

undefined

Eénmaal in Cusco blijft de hoogteziekte in de nacht die erop volgt. Adriaan regelt (dus) een hotel in de lager gelegen Heilige Vallei (in het plaatsje Ollantaytambo) waar we niet alleen mooie ruïnes bezoeken én een super wandeling (bijna 1000 meter hoogte verschil) maken maar ook snel beter worden.

undefined

undefined

undefined

undefined

Van Ollantaytambo rijden we naar een kampeerplaats nabij één van de zeven wereldwonderen en dus dé toeristische trekpleister bij uitstek: Machu Picchu. De volgende dag wandelen we om de berg met Inca stad heen. De Inca’s hebben deze stad op een berg gebouwd, die in de lus van een rivier staat. De wanden zijn zeer steil. De hele wandeling van 12 kilometer langs de rivier (rondom de berg) is er niets te zien van de stad die bovenop ligt. Adriaan draagt intussen zijn pas gestudeerde kennis over de Inca cultuur op me over en die kennis is verrijkend om de – volgens Knack – mooiste plek ter wereld te ontdekken. Om boven te komen (bijna 500 meter hoger) nemen we een bus. De stad is erg mooi. De zonnetempel (die gebruikt werd om de zonnewendes van 21 juni en 21 december inzichtlijk te maken) maakt opnieuw grote indruk op Adriaan. Ik probeer intussen de massa bezoekers te negeren, al word ik twee keer letterlijk uit het beeld van ‘selfies’ makende mensen geduwd…

undefined

undefined

undefined

undefined

Een bus terug naar de voet van de berg lijkt een bijna onmogelijke optie omwille van de vele wachtenden dus gaan we te voet en later ook weer te voet naar onze auto waar we doodmoe maar tevreden aankomen.

Na een korte stop en een heerlijk ontbijt in de cacao- en koffieplantage van Olga bezoeken we opnieuw Cusco, en de Inca- en Spaanse sites aldaar. We zijn helemaal in de ban van de Inca cultuur. Een free walking tour is een manier om een stad te leren kennen, zoals aangegeven door (zoon) Matthias. Mensen verzamelen zich, er voegt zich een gids bij hen en samen wandelen ze langs interessante punten van de stad. Na afloop bepalen de deelnemers wat de gids ‘waard’ is: hoe interessanter wij het vinden, hoe groter hun inkomsten. We maken deze wandeling samen met Lisa (dochter van mijn vriendin Veerle) en haar vriend Ben, die als rugzaktoeristen aan hun reis zijn begonnen, maar nu met een motorfiets reizen. Het is opvallend hoeveel dingen zij en wij gemeen hebben. Cusco is een mooie stad en dat trekt ook hier veel toeristen. De Peruvianen gedragen zich er naar want overal staan er oude vrouwtjes met een lama of een geitje bedelend om een betalende foto. Soms denken we dat ze ons aanzien als bankautomaten...

undefined

undefined

undefined

undefined

We rijden zuidwaarts richting Arequipa, de tweede stad van Peru. De eerste ‘stop’ is bij de Rainbow Mountains (Montañas de Siete Colores) waar het weer even naar adem happen is. Deze berg ligt op meer dan 5000 meter hoogte maar de tocht naar de top is zeker de moeite waard. Zoals de naam het aangeeft, heeft de berg verschillende kleuren (van de regenboog? Nou ja – een stuk regenboog). Deze kleuren zijn ontstaan door verschillende mineralen en gesteenten die door hun verschil in gewicht van elkaar gescheiden zijn. Omwille van de hoogte is er ook geen vegetatie en komen de kleuren erg goed uit.

undefined

undefined

Doordat we door het imposante Andesgebergte reizen, leven we op een hoger niveau, waar we niet zomaar een diep, beschut, warm dal kunnen uitzoeken. De nacht dat we op 4000 meter hoogte in onze tent slapen, word ik ‘s nachts wakker omdat mijn in sokken gehulde voeten wel ijsblokjes lijken die niet op te warmen zijn. Uiteindelijk val ik terug in slaap maar ‘s morgens begrijp ik het helemaal. De thermometer geeft –10°C aan. We namen ons voor, de volgende dagen in een hotel te slapen…

undefined

Nadat we snel vertrokken (in de verwarmde auto, maar zonder ontbijt en zonder wasbeurt) reizen we door de verlaten, ruige natuur van de Tres Cañones. Een rotsplateau dat in drie wordt gedeeld door rivieren die zich er in miljoenen jaren een weg dwars doorheen gebaand hebben. We beklimmen er een uitkijkpunt (9:00 uur in de ochtend, na meer dan een uur rijden) en vinden wat later een riviertje (om ons te wassen) en een parkeerplaats in de zon. Als we juist weer zijn aangekleed stopt er een pick-up truck, waarvan de bestuurder geïnteresseerd blijkt te zijn in onze auto. Juan nodigt ons bij hem thuis uit.

undefined

In de Colca Cañon heeft een rivier ook zijn jarenlange slijpwerk gedaan. Na een lange tocht door moeilijk, maar indrukwekkend terrein komen we aan in deze duizelingwekkende diepe kloof die op sommige plaatsen 3500 meter diep is. We bezoeken er de ‘geiser’ waar warm water uit de aarde borrelt. Op zondagmorgen bezoeken we het Cruz del Condor. Een condor is de op één na grootste vogel ter wereld (en van mythologisch belang in de Inca religie). Tussen zeven en negen ‘s morgens wordt dit uitkijkpunt bevolkt door nieuwsgierigen, die beloond worden met een zicht op de zwevende condors. Erg mooi hoe ze boven onze hoofden zweefden. ‘Per ongeluk’ komen we alweer op een erg mooie wild kampeerplaats terecht waar we de volgende dag 500 meter omhoog klauteren en de kloof in al zijn glorie (en diepte!) zien.undefined

undefined

undefined

De volgende dagen bezoeken we Arequipa waar we logeren bij Juan en Tuayla die we eerder ontmoetten op onze weg door de canyons. Juan gidst ons door de koloniale stad met een centraal plein dat één van de mooiste is van Peru, omringd door koloniale huizen én een erg majestueuze kathedraal. De verschillende kloosters nemen een grote oppervlakte in de stad én een speciale plaats in de geschiedenis. Het Catalina klooster is erg groot omdat elke non over een eigen huis en vier slaven beschikte.

undefined

Later bezoeken we het museum met het bevroren lichaam van ‘Juanita’, één van de kinderen die door de Inca’s ongeveer 500 jaar geleden werd geofferd aan hun goden en in 1995 door een National Geografic team werd opgegraven. Ze ‘ligt’ nu in een glazen diepvrieskist in het museum. Dat de Inca’s jonge kinderen offerden aan hun Goden was voor ons nieuw.

Van Arequipa gaan we naar het op 3810 meter hoogte liggende Titicacameer, het hoogst bevaarbare meer ter wereld. We nemen er een boot naar twee van de 90 drijvende eilanden. Deze eilanden worden bewoond door de Aymara indianen die door de Inca’s van het vaste land zijn verdreven. Op elk eiland wonen een 30 tal personen, meestal in familieverband. Alles op de eilanden is vervaardigd uit riet. Ik vond het wel grappig dat wanneer de bewoners niet meer in harmonie met elkaar leven ze hun (lichtgewicht) rieten huis simpel kunnen draaien of als het dispuut nog groter wordt ze het eiland (simpel) in twee zagen.

undefined

undefined

We gaan nog even de grens oversteken richting Bolivië om daarna noordwaarts langs de kust van Peru te rijden. We houden u op de hoogte!

klik hier voor meer plaatjes en hier voor de route die we volgden.