Isabelle's Reisblog

Strand

30 december, 2021 | Reisverslag

In 2 dagen rijden we de 1250km naar het noorden richting Verenigde Staten. De weg is eentonig. We zien uitgestrekte, desolate landschappen langs beide zijden van de ‘autopista’ met cactussen als belangrijkste begroeiing. Enkele meters links van de drukke, nieuwe tolweg ligt een ‘libre’ die minder onderhouden is. Het traject verloopt vlotter dan dat de gids (die we in Mexico Stad ontmoetten) ons voorhield.

undefined

Aan de grens regelt Adriaan de (langverwachte) documenten. Omwille van de Corona moet ik buiten blijven. Ik zie auto’s komen en weer gaan na ongeveer een kwartier. Adriaan heeft meer tijd nodig want op ons Belgisch inschrijvingsbewijs staat : “Ce certificat d’immatriculation n’est pas une preuve de propriété du vehicule”. En jawel, er is één iemand aan deze Mexicaanse grens die frans leest en het heel serieus neemt. In enkele uren overtuigt Adriaan ze met veel uitleg en enkele documenten uit zijn computer.

undefined

We laten de airco repareren (het wordt hier iedere dag 30 graden) en rijden terug zuidwaarts. Richting zee. Een man in het restaurant waar we lunchen, de eerste aan wie we een slaapplaats vragen, spreekt over gevaar, drugskartels, en adviseert te stoppen als iemand je doet stoppen, ook als die geen uniform draagt (het is dan waarschijnlijk een kartel-lid, maar die viseren nooit toeristen). Ondanks ‘de gevaren’ slagen we erin onze eerste nacht op een domein van een boer kamperen. Onze eerste wildkampeerplaats. En dat smaakt naar meer.

undefined

We komen aan de zee en vinden toevallig een plek aan het strand. Met toestemming van de politie zetten we onze tent op en willen drie nachten blijven. Een idyllisch mooie plek. We worden alleen opgeschrikt door lawaaierige jongeren die na hun nachtelijke braspartij hun vuil achterlaten. Overal ligt er afval. (De borden langs de wegen, die aanmanen om je vuil mee te nemen worden duidelijk niet begrepen.) De tweede ochtend komt een marine-officier, speciaal voor ons, met een formulier waarop staat dat er een storm voorzien is diezelfde avond en nacht. Het zou gaan om koude-front nummer 14 van deze winter. We vertrekken en zoeken een hotel. We vinden een pover hotel waar chauffeurs van tweedehands Amerikaanse auto’s, bestemd voor Guatamala, logeren.

undefined

We rijden verder naar het zuiden. Ik heb een idee om in de bergen (een ‘reservato ecologico’) te gaan logeren. Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen maar ik ... (meer dan drie keer). We komen van de zee en het park ligt op 3.400 meter hoog: erg koud. En ik word behoorlijk hoogteziek, net zoals de voorgaande keren in de Andes.

We maken de volgende dag toch nog een stop in Xalapa voor een bezoek aan het een erg mooi archeologisch museum. We leren een stuk over de voorgeschiedenis van de Mexicanen, die 2000 jaren vóór Christus begint.

undefined

undefined

Juist voor we in Veracruz aankomen breekt er een aandrijfriem van The Beast die een tweede doet ontsporen. We kruipen in een hotel waar ik snel herstel van de hoogteziekte en waar Adriaan het nodige kan doen om de auto te repareren (en te laten poetsen, voor het eerst in twee jaar). We zien in de haven van Veracruz erg veel Ro-Ro schepen aankomen (Roll-on, roll-off: voor voertuigen, zoals het schip dat ons bracht).

undefined

Hier zijn ook heel wat Mexicaanse toeristen te zien. De enorme kloof tussen arm en rijk valt vooral op toeristische plaatsen als deze op. De (armere) mensen die leven van de (rijkere) toeristen maken érg lange dagen. We zijn tegen zonsondergang, ook als toeristen, gezeten op een terrasje, getuige van een man die de accu uit zijn oude autootje bouwt, die naar zijn stalletje brengt waar hij al de hele dag staat, die accu aansluit op de LED verlichting, dat zijn vrouw het stalletje overneemt en dat hij gaat liggen slapen in de auto. De politie komt even later om de parkeertickets te controleren, maar slaat de auto van de slapende man over. De (enorme) auto van de toeristen erachter wordt goed nagekeken...

Het valt ons op dat er hier vooral koolhydraten en suikers worden aangeboden. De meeste vrouwen lijken hier een BMI ver boven 30 te hebben.

400 Kilometer verder zuidwaarts vinden we opnieuw een rustige strandplek. We zien er vissers noest hun uitgestrekte drijfnetten het strand op trekken. Ik ga een kijkje nemen en even later volgt Adriaan. De vissers hebben het moeilijk om hun netten binnen te halen, Adriaan helpt hen en krijgt als beloning een spartelende zeesnoek (Robalo) toegestoken. We maken op Kerstavond ceviche van de met zeewater gespoelde vis en gebruiken de tweede helft om een filet te bakken. Een heerlijk maal met op de achtergrond alleen het ruisen van de zee. Onze voedsel voorraad wordt zo gespaard en we besluiten een dag extra te blijven.

undefined

undefined

Ons drinkwater in de tank is wel bijna op; voor Adriaan de gelegenheid om de kapotte kraan te repareren. Wanneer ik daarom de groentebak  ga spoelen in de zee staat er een moeder met haar 2 dochters me op te wachten. Dralend en giechelend vraagt ze of ik met haar en haar dochter op de foto wil. Ik lach, het lijkt of ze nog nooit een blanke van dichtbij hebben gezien.

In de namiddag maken we een korte wandeling en vinden een eetstalletje met moeder en dochters terug. Grootmoeder Silvia heet ons welkom. Ze zijn nog volop kerstversiering aan het ophangen voor het feest vanavond. Silvia nodigt ons uit maar het geluid dat nu al verspreid wordt houdt ons tegen.

undefined

Kerstdag brengen we haar in de namiddag een bezoek om te gaan eten (onze voorraad is op). Iedereen lijkt dronken. De lege flessen op de tafel voor ons bewijzen het en de zoon van Sylvia, Andrès, brabbelt terwijl hij aan een fles Johnny Walker drinkt. We krijgen nog wat verse garnalen.

Maar daarna is alles op. We hebben geen druppel water meer en van een dagelijkse wasbeurt met zeewater wordt je huid erg droog. We rijden tot Ciudad del Carmen, doen inkopen, vullen de watertank voor het eerst met gefilterd water uit een machine, die ‘iedereen’ hier gebruikt voor zijn drinkwater. ‘Kraantjeswater’ wordt hier niet gedronken...

Ciudad del Carmen ligt aan een enorme lagune. Voor de kust zijn vooral booreilanden te zien, maar uit de lagunes haalt men overvloedig zeevruchten. We vinden een gespecialiseerd familie restaurant waar we de eerste avond een ‘coctel’ van garnalen, gebakken garnalen en gebakken vis eten. De tweede keer is het garnalen, oesters, garnalen, inktvis en ... garnalen. Had ik al gezegd dat ik graag garnalen eet?

undefined

undefined

De twee laatste dagen van 2021 komen we in een klein dorpje in het binnenland terecht bij een hostel annex camping. Alles wordt hier goed onderhouden door onze gastvrouw Mica. Het doet deugd om even op een rustig, proper plekje te zijn.

Haar broer Guillermo, die een eind verderop woont, is kunstenaar én gids van een nabij gelegen Maya site in de jungle. Hij neemt ons mee naar de site en het heeft iets magisch om er alleen te zijn. Met fonkelende ogen stelt hij voor dat we de hoogste tempel (32m) beklimmen om daar van de zonsondergang te genieten. (Aan de voet van de tempel staat bord dat de beklimming afraadt.) We kunnen bovenop ver om ons heen kijken en van de zonsondergang genieten én we geraken daarna netjes terug op de grond. Een bewaker betrapt ons tijdens de afdaling. ‘We geven hem gewoon wat geld’ zegt Guillermo ‘In Mexico kan je alles oplossen als je een beetje geld geeft’.

undefined

undefined

undefined

undefined

Omdat we hier een redelijke internetverbinding hebben blijven we tot 2022. Ergens begin volgend jaar zullen we in Guatemala terecht komen omdat er reparaties aan The Beast moeten gebeuren maar ja, dat is volgend jaar :)

Bekijk hier meerdere foto's en hier onze afgelegde route