Isabelle's Reisblog

Maya cultuur

20 januari, 2022 | Reisverslag

Op nieuwjaarsdag rijden we naar Calakmul, de grootste archeologische site met de hoogste tempel van Mexico, diep in de jungle. Twee dagen tevoren hebben we die links laten liggen omdat de Maya-stad op een behoorlijke afstand vanaf de hoofdweg ligt. Maar na de extra uitleg door Guillermo besluiten we terug te keren. Het voordeel van deze site is dat ze niet toegankelijk is voor grote bussen. Wel komt er tegelijk met ons een pick-up aan waar, jawel! 15 mensen van alle leeftijden uitstappen, de meesten volbrachten de reis staand in de laadbak. Bovenop de hoogste tempel kijkt men ook hier ver boven de jungle uit. Door het kleine aantal bezoekers lijkt deze site nog magischer of mysterieuzer. Een erg goed begin van 2022.

undefined

undefined

undefined

Na nog een dag bij Mica besluiten we naar Bacalar te gaan omwille van zijn natuurlijke azuurblauwe zoetwater lagune. Ik koos Bacalar op aanraden van de Amerikaanse Sylvia die we op onze kampplaats ontmoetten. Die vrouw wist zeker dat het paardenontwormingsmiddel Ivermectine tegen Covid werkt en ze weet dat Corona een biologisch wapen is, en zo nog wat samenzweringstheorieën. Ik was stomverbaasd; Adriaan had stof genoeg voor discussie. Volgens Sylvia is Bacalar de mooiste plek op aarde. We kiezen een (commerciële) badgelegenheid ‘Sac Ha’ die deze zondag vol koelboxtoeristen zit. De uitbater vertelt ons dat die allemaal om 17:00 uur zouden verdwijnen. Vanaf 18:00 tot ‘s morgens hebben we de plek voor ons alleen. Mooiste plek op aarde? Ook op dat punt geloofden we haar niet, zelfs niet nadat we het plaatsje zelf hadden bekeken.

undefined

Het regent pijpenstelen dus besluiten we door te rijden naar Belize. Aan de grens vraagt men een drie daagse reservatie in een ‘Gold-Standard’ hotel die we niet hebben. (Die – nogal dure – hotels zijn door de regering uitgekozen om een eventuele quarantaine Corona-proof uit te zitten.) Men maakt een uitzondering voor gevaccineerde kampeerders en na een sneltest komen we in Corozal terecht, de eerste stad in Belize, waar we een autoverzekering, een simkaart en cash geld regelen. En boodschappen. Bijna alle supermarkten zijn hier in Chinese handen. De Belize dollar hangt af van de Amerikaanse dollar. Daarom is alles hier een stuk duurder dan de omliggende landen.

Belize is een land (een derde kleiner dan België) met 400.000 inwoners. Het is nog steeds een Britse kolonie en daarom ook Engelstalig. De overgrote deel van de bevolking is zwart.
Alweer dankzij onze iOverlander app vonden we een wild-kampeer slaapplek aan de zee. Om te voorkomen dat de tent vier nachten nat ingepakt blijft kruipen we de volgende dag in een hotel in Belize city (waar we de tent drogen) om daarna naar het eiland Caye Caulker te gaan. De meeste toeristen komen naar Belize omdat het een duik paradijs is. Zoals wij….

undefined

Adriaan gaat de eerste dag duiken, de volgende dag snorkelen we samen. Voor de kust ligt het langste barrière rif van het noordelijk halfrond. Het bestaat uit zeven beschermde parken en meer dan vierhonderd eilanden. Ook al zijn de haaien van dichtbij angstaanjagend geniet ik werkelijk van het snorkelen. Het leven onder water is een blijvend wonder. We vieren het met een kreeft maaltijd (die hier erg goedkoop is) en mojito.

undefined

undefined

undefined

undefined

Zaterdagavond krijg ik terug maag/en of galblaasproblemen die zondagochtend lijken te beteren: Adriaan gaat weer duiken. Even nadat ik tegen het kamermeisje zeg dat ik ziek ben en wil rusten komt één van de werknemers, Omar, aankloppen en brengt me onder protest naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis (lees huis met 2 kamers) krijg ik na een negatieve covidtest dadelijk een infuus met medicatie(?) Bezorgde Omar blijft de ganse tijd naast mijn bed zitten (en hield nog net mijn hand niet vast :). Wanneer Adriaan na het duiken komt aandraven ruil ik het oncomfortabele ziekenhuisbed voor onze hotelkamer. De volgende dag gaan we terug naar het vasteland maar omdat ik nog ziek en misselijk ben boeken we terug in een hotelkamer. Uiteindelijk slapen we 6 nachten in ‘Gold-Standard’ hotels.

undefined

Op het eiland vertelde men ons dat de criminaliteit in Belize city erg toeneemt en ook Adriaan heeft niet echt een veilig gevoel na het wandelend ophalen van de was elders in de stad.

We gingen terug op weg en na een bezoek aan een kleinere, afgelegen Maya site (Altún-Ha) vonden we een erg afgelegen plek in ‘the middle of nowhere’. Bij klaarlichte dag vinden we dat de woningen in het moerassige platte land er érg armoedig uitzien. Het noorden van Belize is duidelijk nog onderontwikkeld en zeker geen toeristische trekpleister.

undefined

undefined

We maakten via de erg mooie Hummingbird Highway een sprong naar de Caribische zee en belanden in een liefelijk dorp(je) Hopkins bij een ‘flower power’ New Yorkse waar ook de verlopen hippie Gaston een onderkomen vond. Later voegt zich er nog een Amerikaan bij, die na 10 jaar in de bossen geleefd te hebben en een hartinfarct verder hier nu in een hut verblijft. Het allegaartje houdt ons in elk geval enkele uren wakker met hun luidruchtige dronkenmanspraat. We slapen op een plek die net ontbost is om er een resort neer te planten. Amerikanen en Canadezen verblijven hier graag tijdens de wintermaanden omwille van het klimaat en de taal. Hopkins is één van de weinige plaatsen met een zandstrand en dus een toegang naar de zee.

undefined

undefined
We laten het zuiden van Belize voor wat het is en gaan nu in een rechte lijn naar Guatemala.
We slapen in San Ignacio, een ‘must see’ volgens mijn reisgids (hetgeen wij nog steeds niet begrepen hebben) en maken voor de grensovergang nog een stop in Xunantunich, onze zoveelste impressionante Maya site. Op haar belangrijkste 39 meter hoge tempel, El Castillo, sta ik ineens oog in oog met mijn redder Omar die ik 4 dagen geleden in zijn hotel aan de andere kant van Belize heb achtergelaten. Omar maakt een tour met enkele hotelgasten en is vergezeld van zijn gezin. Een ongelooflijk toeval maar vooral een super blij weerzien.

undefined

undefined

De grensovergang naar Guatemala verloopt niet moeiteloos. Wanneer we op Guatemalteeks grondgebied staan blijkt dat ze sinds enkele dagen ook een negatieve test eisen. Maar er is geen test-faciliteit. ‘Of ze geen uitzondering willen maken’, vraagt Adriaan. ‘Natuurlijk, als u 100 Amerikaanse dollars cash betaalt aan onze immigratie verantwoordelijke’. ‘Dat is corruptie!’ zegt Adriaan. We keren daarop met de auto(!) terug naar Belize voor een test van USD 50 per persoon. (De tests zijn ook daar bedenkelijk: bij de in-reis stond voor ons een Nederlander die na een positieve test een tweede 50$ poging kreeg die wel negatief was en zo de grens mocht oversteken. Het lijkt meer om het geld te gaan.)

Omdat we zoveel uren verspild hebben zoek ik de eerste beste kampeerplaats niet beseffend dat de off road route er naartoe moeilijk berijdbaar is en dat we tegen zonsondergang (dan is er geen weg meer terug) op een actieve legerbasis terechtkomen. Het is een plek aan een meer; de zonsondergang is erg mooi.

undefined

De volgende morgen bezoeken we onze laatste Maya site, voorlopig. Buiten een jong Duits koppel en enkele werknemers zijn we alleen in de brousse op een site van 3 vierkante kilometer. Dit was voor ons in elk geval het Maya hoogtepunt. Ik ben me ervan bewust dat het blasé klinkt: Doordat we zelf rijden kunnen we op verschillende plekken gewoon ‘zijn’, zonder honderden toeristen. We hebben genoten van de relatieve stilte op elke site (de grootste, de hoogste, de moeilijk toegankelijke, de half-uitgegravene) en besluiten de het ‘verplichte’ Tikal over te slaan en richting Guatemala stad te gaan.

undefined

undefined

undefined

Het weekend brengen we nog door bij een Gualtemalteekse familie die een plek aan de bron uitbaat. Ze zijn ongelooflijk gastvrij. Mijn geplande schrijftijd gaat niet door want ik word door de kinderen en de bomma van het gezin de ganse dag bezig gehouden. Het was een verrassend leuk weekend.

undefined

undefined

We kunnen niet in Guatemala Stad aankomen zonder een omweg te maken naar Semuc Champey, een natuurreservaat dat bestaat uit een enorme rivier die een stuk onder de grond verdwijnt, precies daar waar turquoise gekleurde poelen liggen en tussen steile bergwanden. Met een gewone auto is Semuc Champey niet bereikbaar maar de piepende en krakende Beast laat ons niet in de steek. We beklimmen heel vroeg in de ochtend een wand en zwemmen later in de poelen. (‘Witte’ toeristen worden, als wij weer vertrekken, als vee in pick-up trucks aangevoerd.) De omweg was zeker de moeite waard.

undefined

undefined

undefined

Na al enkele dagen in Guatemala hebben we het beeld in onze hoofden bijgesteld. Het is erg mooi, de mensen super vriendelijk. Dit zat enkele maanden geleden niet in onze scenario’s. We zijn erg blij dat we dit land leren kennen, al bezoeken we het ‘toevallig’ omdat er onderdelen voor The Beast beschikbaar zijn. En we zijn nog niet klaar: als de reparaties lukken, gaan we nog vulkanen zien en oversteken naar de Stille Oceaan. Maar da’s voor de volgende aflevering!

undefined

 

Bekijk hier meerdere foto's en hier de afgelegde route