Isabelle's Reisblog

Verlaten plaatsen

14 maart, 2022 | Reisverslag

 

Na vijf dagen in een druk RV (mobilhome) park zijn we toe aan een beetje ‘eenzaamheid’.

We bezoeken tijdens de middag de archeologische site Mitla. Mitla is anders dan de vorige sites omdat deze stad gebouwd werd door de Zapoteken, in tegenstelling tot de Maya ruïnes die we eerder bekeken. De fundamenten en een gedeelte van het materiaal van deze ruïnes werden door de Spanjaarden gebruikt om een kerk te bouwen. Na het bezoek aan de site zitten we voor die kerk op een bankje en kijken toe hoe een bruid heel veel aandacht krijgt alvorens ze te paard en onder begeleiding van een kleine fanfare vertrekt.

undefined

undefined

Een steile, bochtige en onverharde bergweg brengt ons naar “Hierva el Agua”. We stoppen enkele kilometers voor de ingang om er op een semi verscholen plek te koken en de nacht door te brengen. We komen rond 9.00 uur als eersten aan. “Hierva el Agua” betekent: water dat kookt. Het water komt uit een bron op de top van de berg en kookt niet, maar is ongeveer 25 graden. Het bevat zoveel calcium dat het zich aan de rotsen hecht en een apart reliëf vormt: versteende watervallen. Er hebben zich twee zwempoelen gevormd en ik ben de koning te rijk om er vandaag als eerste en helemaal alleen van te kunnen genieten. Het uitzicht is prachtig. We maken nog een wandeling om de watervallen vanuit een ander perspectief te bekijken en wanneer we na anderhalf uur vertrekken zijn er al talloze (Instagram) toeristen.

undefined

undefined

undefined

De weg terug naar de kust is lang dus maken we een stop in San Pedro de Pacifico. In onze app staat deze plek aangegeven als geweldige camping maar uiteindelijk blijkt het iemands onverharde parking te zijn waar nog vier andere overlanders staan. Het terreintje heeft geen enkel comfort, overal ligt er brol, het sanitair stelt weinig voor en we staan erg dicht bij elkaar waardoor we besluiten om maar één nacht te blijven. We genieten wel van een mooie zonsondergang. We drinken ‘s avonds ‘in town’ bier samen met werktuigbouwkundig ingenieur John, een Canadese motorrijder. Adriaan en John raakten niet uitgepraat (over motoren). Even leek het erop dat ze de volgende dag de kleppen van The Beast gingen stellen, maar we moeten dóór.

undefined

We komen aan de kust (San Augustin) op de camping van de Britse John. Hij heeft hij voor zichzelf een mooie plek uitgebouwd, die ook nog eens zelf in zijn energie voorziet. Tijdens ons ontbijt komen Elly en Jos langs, reizende belgen uit Essen die hier tijdelijk een (andere) camping waarnemen voor een Nederlandse kennis. Tijdens onze strandwandeling komen we langs die kampeerplaats. We brengen samen met Jos en Elly en een Brits koppel een ontspannende zondagmiddag op restaurant door.

undefined

De volgende dagen vinden we aan de kust telkens verlaten plekken aan het strand. We leven een week een beetje geïsoleerd en onbezorgd bestaan, genietend van de zon en de zee. Aan deze kust graven schildpadden ‘s nachts hun eieren in. Ze laten duidelijke sporen na en stropers weten dat. Ze rijden met quads met daarop een mand en een schop langs de waterlijn. Nadat de eieren (door de warmte van de zon) uitkomen moeten de pasgeborenen hun weg naar de zee vinden, wat dikwijls niet lukt. We ontmoeten jonge Duitse vrijwilligers die voor een organisatie werken die de eieren uitgraaft, ze laat uitkomen op een beschermde plek en daarna kleintjes naar de zee brengt. We namen ons voor om ‘s nachts op schilpadden tocht te gaan... verder dan een door gieren leeggegeten dode schildpad op het strand zijn we niet geraakt.

undefined

undefined

undefined

We verlaten de zee om op zoek te gaan naar vlinders, die hoog in bergen zitten. Omdat Adriaan zo graag ‘naar de vlinders wilde’, heeft hij ook een stukje geschreven:

Monarch vlinders zijn niet alleen mooi om te zien maar ze migreren duizenden kilometers (en dat spreekt ons aan) van de Oostelijke Rocky Mountains in Noord-Amerika tot de Mexicaanse staat Michoacan (noord-westelijk van de hoofdstad), waar ze overwinteren. De vlinder doet daar drie generaties over: de hele kolonie sterft onderweg maar de nakomelingen reizen verder tijdens hun twee tot vijf weken lange volwassen leven. In Mexico (tijdens de winter) vertraagt de voorplanting, totdat ze in de maand maart vertrekken. Het is een raadsel hoe een insect dat ‘onderweg’ geboren is, weet waar het naartoe moet vliegen, maar het lukt.

undefined

De soort is vooral afhankelijk van één plantenfamilie: de zijdeplant. (In Europa is dat een invasieve soort, overigens). Die plant is afhankelijk van de vlinder voor de bevruchting van haar bloemen. De zijdeplant is oneetbaar voor veel andere dieren, maar de rupsen en de vlinder slaan het plantenvergif in hun lichaam op zodat vogels hen met rust laten.

In de reservaten (er zijn er meerdere) zitten enorme kolonies, sommige met miljarden vlinders. Maar ze zijn op weg een bedreigde diersoort te worden. Slechts 10% van de eitjes komen uit, veel van de rupsen worden gegeten, en na de metamorfose en tijdens de migratie dreigen er ook nog gevaren. In het noorden van Mexico hebben we verkeersborden gezien die automobilisten verplichten trager te rijden tijdens de migratie. Desondanks worden er miljoenen doodgereden.

undefined

Maar het grootste probleem is die zijdeplant: die heeft de neiging te woekeren. De mens heeft liever geen zijdeplanten op grasland voor koeien (ze lusten het niet) en dus grijpt homo sapiens een pot plantenvergif. Gelukkig voor de Monarch vlinders van de oostelijke Rocky Mountains is er relatief weinig veehouderij langs hun route. Maar die van de oostkust van de VS hebben minder geluk.

undefined

We kiezen voor een reservaat dat wat minder druk bezocht wordt (door mensen). We overnachten een paar kilometer vóór het reservaat, op een weide in de bergen (3200 meter hoog). Na een frisse nacht (de condens in de tent was bevroren) wandelen we naar de kolonie en zijn onder de indruk van zoveel vlinders. We bekijken ze rondvliegend, drinkend van een beekje, rustend op dennenbomen, voedend op de bloemen van de zijdeplanten en … voortplantend. We voelen ons weer eens respectvol nietig tussen zoveel mooie reiziger-insecten.

undefined

undefined

Eénmaal terug bij de auto maken we, genietend van de tropische zon in dit koele klimaat, een maaltijd. Dat geeft altijd wat afval (restjes van de salade en komkommer, aardappelschillen en zo) en toen een herder met zijn kudde langskwamen bleken dat dankbare ‘afvalverwerkers’. Maar ze werden zó enthousiast dat de kudde uiteindelijk onze tafel, met daarop de benzinebrander met een pan met onze perfect gebakken aardappeltjes compleet omver lopen. Eén (arm) schaap raakt in de melée verstrikt in de poten van het tafeltje, maar weet zich later te bevrijden. Ons tafeltje is nu wel verbogen en we hebben minder gegeten...

undefined

Via de stad Morelia, waar ik een kapster vind, rijden we naar het meer van Chapala. Een dagtocht van meer dan 300 kilometer is veel voor één dag (hier in Mexico) maar anderzijds beseffen we dat we een beetje vorderingen moeten maken als we in april Los Angeles willen bereiken. Wanneer we ‘s morgens plannen maken om eventueel te vertrekken en een verdere route noordwaarts uitstippelen raken we aan de praat met een Amerikaanse buurman en uiteindelijk blijven we hier staan omdat we vrezen ons volgende ‘adres’ niet op tijd te bereiken. En er is altijd wat te doen: De kleding die we tijdens de reis naar de verschillende wasserijen brengen komt niet echt proper terug. Adriaan heeft nu de gewoonte zelf te wassen en hij maakt gebruik van het kraantjeswater op deze kampeerplaats.

undefined

Onze volgende slaapplaats is de krater van de uitgedoofde vulkaan Ceboruco (van 2165 meter hoog). Een magische plek: tien loslopende, schuwe paarden, eekhoorns in de verre omtrek en geen andere mensen. We besluiten twee nachten te blijven. Er zijn weinig plekken op de wereld waar ik me zo verbonden voel met de natuur. Ik zou wel een tijd(je) in de wildernis kunnen leven, denk ik.

undefined

Toch gaan we stilaan noordwaarts. Ik voel een beetje stress: ergens in april moeten we een vliegreis naar België plannen voor het huwelijk van Laurens. Het klinkt verwend, maar we ‘moeten iets’ en dat zijn we niet meer gewend.

 

Bekijk hier meerdere foto's en hier de afgelegde route