Angola

Wanneer we op weg gaan naar ons volgende doel – een koffieplantage – is de route aanvankelijk eenvoudig: een strakke, geasfalteerde weg die ons het gevoel geeft dat het appeltje-eitje wordt. En dat is het ook… de eerste tweehonderd kilometer. Daarna verandert de rit in een ware beproeving: een ruig pad om de Fazenda Rio Uiri van Mario en Odette te bereiken.

Goede weg in Angola
Goede weg in Angola

De laatste dertig kilometer maken veel goed. Het landschap opent zich in brede panorama’s als we bovenop heuvels rijden, dan weer sluit het zich als een tunnel van groen als we wat lager zitten. We rijden langs nederzettingen waar kinderen ons nawuiven. Afwisselend. Verrassend. Schilderachtig. We krijgen zicht op de zwarte rotsen van de Serra Cumbira.

Fazenda Rio Uiri
Fazenda Rio Uiri
Zicht op Serra Cumbira
Zicht op Serra Cumbira
Serra Cumbira
Serra Cumbira

De plantage zelf is een wereldje op zich in één van de lager gelegen stukken. Hectaren vol koffieplanten in keurige rijen onder palmen, bananenbomen met zwaar hangende trossen en ontluikende bloemen, avocado’s glanzend in het zonlicht, papaja’s. Stukken ongerept bos vol vogels en insecten. De geoogste Robustica koffiebonen worden hier te drogen gelegd. Het pellen en branden gebeurt in Luanda en daar gemelangeerd met een andere variëteiten. Onze toegewezen gids spreekt nauwelijks Engels, maar met een mengeling van Spaans, veel gebaren en glimlachen vinden we toch een taal.

Bananenbloem
Bananenbloem
Bananenbloem en bananentros
Bananenbloem en bananentros
Avocado's
Avocado's
Koffie wordt gedroogd
Koffie wordt gedroogd

De camping is nog in opbouw: uiterst eenvoudig, maar functioneel. Een stille, afgelegen plek, volledig afgesloten van de buitenwereld: geen GSM bereik, geen Wi-Fi internet. De meeste bezoekers kiezen voor een kamer; wij liggen liever in ons eigen bed. Op dit moment verblijft er een internationale groep van twintig vogelaars die een 23-daagse tocht door Angola maakt. In het grote restaurant zitten ze gebogen over hun indrukwekkende filmmateriaal en encyclopedieën. Wij profiteren dankbaar van de kennis van hun ervaren gids Bruno. Hij vertelt over de turbulente geschiedenis en politieke situatie en tipt onze volgende bestemming: de Pedras Negras. En hij kent ook iemand die The Beast eens kan nakijken. Het is wel in de hoofdstad, die we eigenlijk wilden ontwijken.

Omdat de afstand naar Pedras Negras (Portugees voor zwarte rotsen) in één dag te groot is, zoeken we onderweg een overnachtingsplek. We vinden een eenvoudige maar gemoedelijke rustplaats aan een zandpaadje waar geregeld vriendelijk groetende mensen voorbijlopen, terug van hun akker of onderweg naar een waterbron. De volgende ochtend worden we gecontroleerd door drie politieagenten, met machinegeweren natuurlijk, maar na een korte uitleg knikken ze vriendelijk en laten ons begaan.

Voorbijgangster Roza
Voorbijgangster Roza

Opvallend genoeg zijn we tijdens heel onze tocht door Angola nergens aangehouden door de politie – terwijl Belgische toeristen in een Angolese huurauto (die we in het zuiden ontmoetten) ons het tegendeel voorspelden. Zodra men onze Europese nummerplaat zag, kregen we telkens een teken dat we mochten doorrijden. Een beroemde Braziliaanse YouTuber heeft zich beklaagd over de vele onnodige checkpoints met het eindeloze gebedel om geld, of de boetes (zonder schriftelijke PV) waar ze toch nooit op in gaat. Alleen maar tijdverlies en ergernis. De regering heeft de politie opdracht gegeven de buitenlandse toeristen met rust te laten. En het werkt.

De zwarte rotsformatie van de Serra Cumbira waren mooi, vooral bij zonsondergang, maar ze verbleken bij de Pedras Negras de Pungo Andongo, een miljoenen jaren oude rotsformatie die als trotse wachter boven de eindeloze savanne uittorent. The Beast is helemaal alleen geparkeerd op één van de rotsen, we bereiden ons avondmaal met uitzicht op de vlakte. De ochtend is bewolkt, mistig en koel. Tijdens het ontbijt wordt de stilte doorbroken door een kolonie apen. Ze slingeren, rennen, krijsen, verdwijnen weer lichtvoetig langs de bijna verticale wand van de zwarte rotsen.

The Beast in de Pedras Negras
The Beast in de Pedras Negras
Frisse, mistige ochtend
Frisse, mistige ochtend
Aap met jong
Aap met jong

Ondertussen verdwijnen ook onze laatste Europese sporen: Adriaan eet het laatste (gesmokkelde) stukje Nederlandse rauwmelkse kaas, ik meet mijn 19 gram Maes koffie en 200 gram water met chirurgische precisie af. (Maes is een koffiebrander en melangeur in Hasselt.) Nog één week, misschien iets langer. De zoektocht naar een pure Arabica duurt nog voort (in dit koffie producerende land waar vooral walgelijke instant koffie wordt verkocht). Koffiebranders (in Luanda en Hasselt) zijn ver weg en verkopen hun waar in kapitaalkrachtiger landen...

Hasseltse Maes en Angolese Ginga koffie
Hasseltse Maes en Angolese Ginga koffie

Van hieruit trekken we naar de Kalandula-watervallen, waar we bij een hotel kunnen kamperen en vanaf onze plek in bed zicht hebben op de imposante watermassa. We wandelen ’s morgens met een gids naar de bovenrand over glibberige paadjes door de jungle (we vallen beiden een keer) maar we staan uiteindelijk boven de waterval. We besluiten dat dit vergezicht meer dan genoeg is, hoewel de gids nog meer in gedachten had.

Slapen met uitzicht op de waterval
Slapen met uitzicht op de waterval
Kalandula waterval
Kalandula waterval
Adriaan en gids
Adriaan en gids
Kalandula waterval van bovenaf
Kalandula waterval van bovenaf

Daarna zetten we koers naar Luanda, want Adriaan heeft een lijstje met reparaties voor the Beast. Onderweg krijgen we te maken met wat Adriaan zo mooi “de psychologie van de weg” noemt. Via onze iOverlander-app vinden we een geschikte slaapplaats en de kilometers glijden vlot voorbij, tot twintig kilometer voor aankomst en een uurtje voor zonsondergang: een file van een half uur, kapotte weg, omleidingen, wegwerkzaamheden. We gaan nog maar 10 kilometer per uur. In het pikdonker aankomen betekent dat je ’s ochtends wordt verrast door waar je precies beland bent. Vooral in Afrika is elke weg een beetje een verrassing.

Opstopping in wegwerkzaamheden
Opstopping in wegwerkzaamheden
Wakker worden na nachtelijke aankomst
Wakker worden na nachtelijke aankomst

Vrijdag bezoeken we in Luanda 4WD en Land Cruiser specialist Viprangola aan de zuidrand van de stad. Adriaan heeft vertrouwen in de vaardigheden, maar ze kunnen pas maandag tijd vrijmaken. Het weekend vullen we met een wildkampeerplek aan de kust tussen baobabs en een hotel aan de stadsrand. We maken er kennis met buurman Prato en opnieuw gaat het gesprek over Angola. Het land maakt op mij de indruk het armste te zijn dat we tot nu toe hebben doorkruist. We lazen dat het gemiddelde maandloon hier € 60 bedraagt. Het ergste: het mediane loon is € 16! Dat betekent dat de helft van het land minder dan € 16 inkomen heeft. Driekwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Baobabs op het strand
Baobabs op het strand

We zien hier ook veel Chinese ‘soft-power’: wegen, bruggen, stuwdammen, electriciteits centrales betaald met (geleend) Chinees geld. Onderweg naar Luanda zien we veel billboards met Chinese karakters (naast ‘ons’ schrift) van essentiële bedrijven.Wij spreken van de “nieuwe kolonisator”, maar daar wil Prato niks van horen. Hij is van oordeel dat de Chinezen de economie vooruithelpen, daar waar de vroegere kolonisatoren het land leeggeroofd en verarmd hebben achtergelaten. Na een bezoek aan een klein slavenmuseum én de aanwezigheid van zoveel ‘China’ hebben we alvast genoeg stof tot nadenken over ‘onze’ rol in de geschiedenis.

Chinese ondernemingen
Chinese ondernemingen
Slavenhandel
Slavenhandel

Zaterdag rijden we tóch langs de gehele stad naar een schiereiland. Het is de plek voor de strandhuizen van hen die véél meer dan € 60 per maand te besteden hebben. We bezoeken er een restaurant van uitzonderlijke klasse – even wanen we ons in Europa met goede wijnen en exquise voedsel. Angola is een land van contrasten. Rijk aan olie en diamanten maar arm aan basisvoorzieningen. Onderweg zien we het: onverharde wegen vol kuilen, vervallen hutjes, en dorpen waar kinderen op blote voeten over het zand rennen, spelend met volledig kale motorbanden. Ze maken steeds dezelfde geste als we voorbijrijden: over hun buik wrijven en hun hand ophouden.

Eenvoudige hutjes
Eenvoudige hutjes
Exquise voedsel
Exquise voedsel
Exquise voedsel
Exquise voedsel

Voor wie zich afvraagt wat er nu weer te repareren viel: De aandrijfassen hebben steeds meer speling – waarschijnlijk doordat ze tijdens eerdere reizen te weinig zijn doorgesmeerd (de nippels zijn ontoegankelijk door de beplating onder de auto). De experts denken dat het geen probleem is. Wat we wél hebben gedaan: lekkende oliekeerring van het achterdifferentiëel vervangen, voorwiellagerspeling weggewerkt, nieuwe achtervering (de oude veren waren aan het bezwijken onder het gewicht), nieuwe achterschokdempers, de gescheurde rubbers in de stabilisatiestangen vervangen door polypropyleen bussen en als laatste de auto opnieuw uitgelijnd. De achterkant staat 8 centimeter hoger en het rijgedrag is fel verbeterd. – Adriaan.

Nieuwe veren voor The Beast
Nieuwe veren voor The Beast

Gisteren vertelde een Angolees ons met een wrange glimlach: “Wij Angolezen zijn vooral goed in baby’s maken: per jaar komen er één miljoen Angolezen bij”. En inderdaad, overal zijn er kinderen – spelend, lachend, soms verlegen, soms brutaal nieuwsgierig. Elk meisje boven de vijftien lijkt hier zwanger of draagt een baby op de rug.

Op vele plaatsen zien we nog de sporen van de burgeroorlog: kapotgeschoten gebouwen, verlaten dorpen, roestige wrakken langs de weg. Het verleden lijkt hier nooit ver weg, al probeert het land vooruit te gaan. Angola heeft een verbluffende schoonheid – uitgestrekte savannes, dichte bossen, rivieren die glinsteren in de zon – het potentieel voor toerisme is groot. Maar voor het zover is, moet er nog veel gebeuren, te beginnen met de infrastructuur.

Burgeroorlogschade
Burgeroorlogschade
Gestrande (Russische) tank
Gestrande (Russische) tank

We hebben nog maar vijf dagen over (van de toegestane dertig) om de grens met Zambia te bereiken. Luanda ligt in het noorden van het land – we zouden de Congo rivier kunnen volgen, de binnenlanden in, naar Zambia. Onze twee papieren kaarten, Tracks4Africa en OpenStreetMap spreken elkaar tegen over hoe die route zou lopen en of er brandstof te krijgen is.

Apropos brandstof: een liter diesel kost nu 400 Kwanzas (ongeveer € 0,40), maar niet lang geleden was dat 200 Kwanzas. De overheid wil de subsidies afbouwen en de prijs op het ‘normale’ Afrikaanse niveau brengen (van ongeveer € 1,00 per liter). Dat wordt nog aanpassen, want waar in Guinée mensen in oude 4 cilinder Peugeots rijden, is hier een oude Land Cruiser met 6 of 8 cilinders de norm. De brandstof bevoorrading stokt regelmatig – we zien veel lege pompstations. Of we zien lange rijen brommertjes terwijl de tankvrachtwagen nog staat te lossen. We besluiten drie dagen zuidelijk te rijden, terug naar Namibië. Want de tijd om 1.000 kilometer over paadjes te ploeteren en misschien een paar dagen te moeten wachten op diesel hebben we niet meer.

Wachtrijen met brommers en mini-busjes voor brandstof
Wachtrijen met brommers en mini-busjes voor brandstof

Terugrijden is écht niet ons ding en dus grijpen we de kans aan om de laatste 125 kilometer dwars door de savanne af te leggen. Daardoor komen we in dezelfde uithoek van Angola terecht als waar we zijn begonnen. Op deze zanderige route komen we amper mensen tegen, hooguit een enkele brommer of wandelaar. We halen maar 25 km/uur, maar in dit stukje natuur is het helemaal oké. En we blijven (natuurlijk) een nachtje slapen in dit verlaten gebied.

Kamperen langs een 125 km zandpad
Kamperen langs een 125 km zandpad

En zo komen we terug in Namibië op de camping Okapika van de Franse Bruno, waar we het hoofdstuk Angola afsluiten.

Voorbijgangers
Voorbijgangers

Bekijk meer foto's en de afgelegde route.

Vorige Bericht Volgende Bericht