Ons verblijf in Kaapstad wordt afgerond met de vervanging van de Senegalese fuséekogels – de rubberen bescherming rechts was losgekomen en het woestijnzand, de rivierdoorwadingen en de extreme 4WD paadjes deden de rest. Adriaan hoort ook een verdacht geluid in linkerbochten en laat de beide Guatemalteekse voorwiellagers vervangen. We kunnen weer even verder.

We rijden zuidwaarts – ik volg af en toe reistips en YouTube-filmpjes en wilde per sé de Garden Route rijden: die zuidkust die alleen maar superlatieven lijkt te verdienen: ruige kusten, zachte stranden, landschap om bij weg te dromen.
Ons eerste doel is Agulhas Nationaal Park op het zuidelijkste punt van het continent, waar de Atlantische Oceaan de Indische Oceaan ontmoet. Het is minder toeristisch dan Kaap de Goede Hoop, maar minstens zo indrukwekkend. De zeeën laten zich daar van hun ontembare kant zien.



Bij het zien van de oude vuurtoren op het uiterste punt roept Adriaan meteen: “Daar wil ik op!” Honderd-en-eenenzeventig? Nee – zevenenzeventig… of waren het er juist éénenzeventig? Hoe dan ook: we klimmen veel houten treden op ladders. De wind heeft boven vrij spel: we moeten duwen om de deur open te krijgen. Als die toren uit 1852 kon praten, heeft hij boekdelen aan scheepsverhalen.
Vervolgens richting de Garden Route, met een tussenstop in Bredasdorp voor essentiële bevoorrading: boerenwors uit een indrukwekkende slagerij, compleet met een brutale spreuk die niet iedereen zal waarderen, maar die ons hardop deed lachen.

Mosselbaai (het officiële begin van de Garden Route) laat ons meteen naar adem happen: campings vol tenten, buren pal naast elkaar. Ook in het Wilderness Nationaal Park is het druk. We kiezen een plekje, maar we willen eerst op restaurant. We zetten een stoel neer en hopen dat de plaats nog de onze is wanneer we terugkomen van onze maaltijd. We verorberen 18 heerlijke oesters bij ‘Oysters-R-Us’ – waarschijnlijk de grootste die we ooit aten. Het Wilderness Nationaal Park heeft een wandeling naar een waterval, die we de volgende dag doen.


Na twee nachten trekken we verder en vinden we een (waarschijnlijk officieel verboden) wildkampeerplaats in een bos dat zó op de Ardennen lijkt dat het bijna surrealistisch is. Totdat we ’s ochtends omringd worden door bavianen die luidkeels hun ochtendritueel uitvoeren. Tijdens een wandeling over een hangbrug in het ‘Otter Trail’, de dag erop, besluiten we de rest van de kustroute over te slaan. De Garden Route biedt veel plekken voor paintball, zip-lines, bungee jumps, 4x4 crossterreinen, pizzeria’s en fast-food tenten. Het gebied voelt bijna Europees aan – alleen ontbreekt de hoogbouw (en de haast). Het is schoolvakantie in Zuid-Afrika en deze wandeling (en de vorige) zijn waarschijnlijk op Tripadvisor en YouTube te vinden. We maken kennis met een jong Nederlands koppel en een gezin met tiener dochters, maar we lopen de meeste wandelaars voorbij.


Mijn rechterknie herinnert me eraan dat mijn enthousiasme niet altijd gelijke tred houdt met mijn leeftijd; sinds de beklimming van de Tafelberg laat hij bij elke helling van zich horen.

Het Nationaal Park maakt onderscheid tussen ‘residenten’ en dagtoeristen. Het begin van een iets makkelijker wandeling (voor sommige knieën) ligt aan een parkeerplaats die niet door dagjes mensen mag worden gebruikt. We veinzen dat we dat bord niet hebben gezien en ... we kruisen voor de tweede keer vandaag het pad van Andries en Sariëtte, een Zuid-Afrikaans koppel met tiener dochters. We herkennen de geur van boerenwors: deze dagtoeristen staan hier hun lunch te braden op een kleine Weber BBQ naast de auto.


Andries is jager en maakt zijn worsten zelf van kudu vlees – een Zuid-Afrikaanse antiloop. Met enige overredingskracht laat Adriaan zich overtuigen om even te wachten om de worst te proeven, maar de brandy-cola, waar Andries even kwistig mee is, slaat hij beleefd af. Kudu vlees bemachtigen in Europa: onmogelijk. Maar ik zet mijn zinnen op een zak boerenwors kruiden nadat Andries vertelt hoe hij worst maakt. We gaan onze favoriete worst in Europa zelf maken!

De kust verlatend, trekken we het ruigere binnenland in: Baviaanskloof. Daar rijden we over een aangegeven 4x4-trail met uitzichten die je de adem benemen; valleien als vouwen in de aarde. Via de iOverlander-app vind ik een unieke plek: Chris, een boer met 4.000 hectare land, heeft op zes kilometer van zijn huis één unieke kampeerplek gemaakt in het einde van een vallei onder een overhangende klif met openlucht douche en toilet. De plek past bij wat ons aantrekt: natuur en stilte. De plek is al vaker bezocht door overlanders maar ook ‘aangepakt’ door bavianen. Chris loste het probleem op met zijn eigen pragmatische, harde aanpak die ons even deed slikken – “we schieten ze gewoon af, dan blijven ze wel weg”. We boeken twee baviaanloze nachten.

Op dit soort plaatsen gebruiken we onze zonnepanelen. Maar die werken slecht en leveren niet genoeg om om in deze warmte onze elektrische apparatuur gaande te houden. De dynamo van The Beast schiet een uurtje te hulp. Het is tijd om dit probleem (ook) op te lossen.

We willen zoveel mogelijk gebruikmaken van onze Wildcard (zuinig kantje) en bezoeken het Addo Elephant Park. De eerste dag beginnen we enthousiast aan een 4x4-trail. We kruipen voort aan nog geen 10 km/u, maar geen olifant te zien, want het terrein is dichtbegroeid. ’s Avonds hebben we ook nog eens geen slaapplaats gevonden, dus kloppen we aan bij de boerderij van Ian (8.000 hectare!), die ons vriendelijk toestaat op zijn terrein te kamperen. Hij neemt zelfs de tijd om met Adriaan te discussiëren over de situatie in Zuid-Afrika. Ze hebben elk een andere visie.
De olifanten die zich gisteren nog schuil hielden in de bosjes zien we vandaag in groten getale. Het landschap is hier opener, weidser, met verspreide waterplaatsen die soms natuurlijk lijken, soms door mensenhand zijn aangelegd. Ze bewegen zich door hun habitat zoals ze dat willen – ook over de weg. Wij zijn nog geen specialisten, maar we leren hun gedrag te lezen. Wanneer een grote olifant zich naar ons toe draait en zijn kop en slurf schudt, rijden we uit respect een stukje achteruit. Twee (vrouwelijke) rangers (van kleur – yes!) rijden om de groep heen (door terrein waar wij niet mogen rijden). Ze vertellen ons dat dóór de groep olifanten rijden gevaarlijk is en dat we beter wachten. We staan hier al drie kwartier – we besluiten een flink aantal kilometers terug te rijden.


Verder landinwaarts rijden we door het Drakensberg gebied, een UNESCO werelderfgoed landschap met dramatische bergen, kliffen en valleien. We moeten er kilometers voor omrijden, maar dat is het meer dan waard. We rijden een gedeelte van de Sani Pass tot bijna in Lesotho en later zien we de Cathedral berg van dichtbij.


We komen uiteindelijk terecht bij Cheryl en Ian, vrienden van Veerle (mijn boezemvriendin), die op 1200 meter hoogte een kippenboerderij runnen, samen met drie lieve honden. De geplande wandeltochten vallen letterlijk in het water: de ene stortbui volgt de andere op. Maar het is een perfecte plek om even op adem te komen.

We duiken in een ander leven: dat van een Zuid-Afrikaanse boerderij met 68.000 kippen. Het is fascinerend om te zien hoe alles hier draait – van voer tot ventilatie, van ochtendroutine tot stilte na het werk. En tussen al die bedrijvigheid door genieten we gewoon van elkaars gezelschap, van het nietsdoen, van het samen zijn.


Maandag trekken we er met z’n tweeën op uit. Adriaan koopt dezelfde panelen als Ian heeft – ze passen in ons custom-made Braziliaans rek onder het dak en hebben (theoretisch) voldoende capaciteit voor meerdere dagen. In de 4WD snoepwinkel staan veel dingen die hij ook wel wil, maar we houden het beperkt tot een tweede plooistoel.
Ik dwaal ondertussen door babyafdelingen – wat een onverwacht genoegen! Begin volgend jaar word ik grootmoeder: de twee jongste zonen (vooral hun partners) zijn in verwachting. En hoe ik ook probeer nuchter te blijven, ik kan moeilijk voorbijgaan aan al die kleine kleertjes en zachte dekentjes. We hebben beloofd dat ik halverwege februari 2026 terug zal zijn – in The Beast als het mogelijk is, anders per vliegtuig.

Dinsdag nemen we afscheid van Ian en Cheryl. We zouden hier moeiteloos kunnen blijven hangen, maar de weg roept. In twee dagen rijden we naar de Blyde rivier. In 2017 maakten we al eens een proefreis door Zuid-Afrika met een huurauto. Toen wilden we weten of deze manier van reizen iets voor ons zijn? Adriaan vond de wandeling in de Blyde River Canyon het hoogtepunt. Ook wij zijn gewoontedieren: we kiezen hetzelfde resort, lopen hetzelfde pad (wel in tegengestelde richting). De wandeling heet ‘voor gevorderden’ en eerlijk is eerlijk: dat vindt mijn knie nu ook. We lopen op de rand van een canyon en onder ons meandert de Blyde Rivier. Het uitzicht, de stilte, de ruimte… we weten opnieuw waarom we reizen.



Adriaan hoort minder goed en wanneer ik niet in zijn gezichtsveld ben, is communiceren niet altijd evident. Maar het minste vreemd geluid aan The Beast hoort hij wel. Adriaan luistert, fronst, luistert nog eens. Uiteindelijk belanden we in Mbombela (dat vroeger Nelspruit heette) en vinden iemand die opnieuw lagerspeling vindt. Maar het geluid is waarschijnlijk iets anders. Maandag gaan ze verder zoeken.
We nemen onze intrek voor het weekeinde bij Klipspringer Lodge (een privaat reservaat met loslopend wild én kampeerplaats) ten zuiden van de stad. Daar staan we een eind van alles vandaan, in de natuur, met enkel de wind en vogelgeluiden. We testen de nieuwe zonnepanelen en ze werken geweldig. Even denk ik: als we die vijf jaar geleden al hadden gehad, had onze reis er misschien iets anders uitgezien. Maar dan glimlach ik. Misschien moest het gewoon zo zijn, stap voor stap, geluid na geluid, tot hier.
Toen de VOC (Verenigde Oost-Indische Companie uit de Lage Landen) dit gebied overheerste hebben ze hun taal (Nederlands) meegenomen. Die taal is verworden tot Afrikaans. We kunnen het lezen, maar verstaan is moeilijker. Maar we herkennen gesproken woorden. Eén ervan is “lekker”. Voor Nederlands en Vlaams slaat dat vooral op een smaaksensatie, maar hier is het ook het antwoord op “hoe gaat het?”. “Lekker”. We vinden dit land lekker.

We zullen Zuid-Afrika nu achter ons laten. Het meest zuidelijke land van het continent, waar we van elke vorm van natuur hebben genoten: de uitgestrekte savannes, de ruige kusten, de onherbergzame bergen, de fluwelen wijngaarden, de uitgestrekte natuurparken. Een land dat ons opnieuw een stukje Afrikaanse geschiedenis heeft laten zien, dat verhalen draagt van mensen en plaatsen die we nog niet kenden. Een land dat terecht op menige bucketlist prijkt.
Bekijk meer fotos en de afgelegde route.